![]() Het Hinsz-Van Damorgel (1781 / 1861) in de Martinikerk te Bolsward Foto: Johan Sjoukema, Leeuwarden |
![]() ![]() |
||
|
Inspirerende zomersurprise |
|||
|
2008 was het Jaar van het Religieus
Erfgoed. Initiatoren waren de Stichting Kerkelijk Kunstbezit Nederland
en instellingen die zich inzetten voor het in stand houden van
kerkgebouwen en kloosters. In Fryslân gaat het daarbij – naast een
stichting als Organum Frisicum – vooral om de Stichting Âlde Fryske
Tsjerken (SAFT) die dit jaar veertig jaar bestaat. De provincie Fryslân
kent een grote kerken- en dorpendichtheid. In het tijdschrift 'Fryslân,
geschiedenis en cultuur’ van juli 2008 doet Sytse ten Hoeve
(oud-museumdirecteur, bestuurslid van SAFT, lid van het Regionaal
College voor Behandeling van Beheerszaken van de PKN in Friesland en
deskundige op het gebied van kerkgebouwen en hun interieurs) verslag van
een eigen inventarisatie inzake 'religieuze goederen' Daarmee loopt hij
vooruit op de publicatie van een inventarisatie die vorig jaar door
Gerhard Bakker, de huidige directeur van de SAFT, in opdracht van de
provincie Fryslân werd afgerond. Ten Hoeve telt 600 kerkgebouwen in
Fryslân, waarvan 362 PKN-kerken. Van die 362 zijn 239 rijksmonument.
Bakker komt in totaal op 770 Friese kerken, waarvan er 360 rijksmonument
zijn. De officiële rijksmonumentenlijst telt 446 kerkelijke objecten.
Daartoe behoren naast kerken ook klokkenstoelen, torens en enkele
pastorieën. De SAFT bezit momenteel 38 kerkgebouwen (alle rijksmonument)
en 2 klokkenstoelen. Drie kerkgebouwen staan op de nominatie om
binnenkort door de stichting te worden overgenomen. Ter vergelijking: in
de provincie Groningen bevinden zich 262 PKN-kerken, waarvan er 162
rijksmonument zijn en 58 aan de Stichting Oude Groninger Kerken
toebehoren. Monumentale kerken moeten adequaat worden beheerd, terwijl
in veel dorpen met een maar kleine kerkelijk gemeenschap de
bestuurskracht is afgenomen. Een lijst met de omvang van kerkelijke
gemeenten met een monumentaal kerkgebouw, die Ten Hoeve in zijn artikel
heeft opgenomen, is in dit verband veelzeggend. Functiebehoud en
instandhouding van veel monumentaal kerkelijk erfgoed wordt daarmee
onzeker. Dat kan slecht uitpakken voor de leefbaarheid van de Friese
dorpen waarin de kerkgebouwen een belangrijke functie hebben en die
bovendien het aanzien van de dorpen in het Friese landschap bepalen.
Bakker schat dat de komende tien jaar tussen de 75 en 100 kerken in
Fryslân buiten gebruik zullen raken. Tegen deze achtergrond is het
anderzijds goed te weten dat velen een positieve bijdrage leveren aan de
instandhouding en het onder de aandacht brengen van het Friese
religieuze erfgoed. Naast de SAFT, de Stichting Organum Frisicum, plaatselijke stichtingen, initiatieven als Tsjerkepaad moeten vooral de locale en provinciale overheid plannen en beleid ontwikkelen om kerkgebouwen en hun interieur (inclusief het orgel) te behouden en particuliere stichtingen in staat stellen hun onmisbare bijdrage daaraan te blijven leveren. Bij dit soort tweeslachtige gedachten doet zich |
soms onverwacht een ervaring voor die een
'goed gevoel’ met zich meebrengt. Ik ging afgelopen zomer naar een
concert in een Fries dorp met zo’n 1300 inwoners, tussen de 30 en 40
PKN-leden en een monumentale (hervormde) kerk waarin zich een
tweeklaviers orgel met aangehangen pedaal – een vrij groot dorpsorgel –
bevindt. Voorafgaand aan het concert werd meegedeeld dat de vocale
medewerking van de aangekondigde sopraan kwam te vervallen. Nou ja,
afwachten maar. De bekende organist zou er in zijn eentje ook vast wel
wat van maken en in ieder geval was het in de kerk na een onaangenaam
warme dag lekker koel. Er werd met een luchtig rondeau geopend, waarna
Sweelinck aan de beurt was. Hoewel ik me zelf niet als een echte
liefhebber van Sweelinck beschouw, werd ik door de knappe uitvoering van
het Ballo der Granduca geboeid. De twijfel waarmee ik naar het concert was gekomen, verdween als sneeuw voor de zon. De trillers vlogen in de werken die volgden de toehoorders om de oren. Het was alsof een vlucht kolibries in de kerkruimte tot stilstand was gekomen. De plaatselijke registrant had een moeilijke avond. Op tijd een bladzijde omslaan, ging nog wel, maar op het juiste moment een register bijtrekken of dichtdoen bleek een lastige klus. Ik weet niet hoe intensief er vóór het concert geoefend was, maar de registrant werd voortdurend door een hoofdbeweging of een vliegensvlugge handbeweging van de organist 'overruled' Soms was hij onderweg naar een registerknop, maar keerde hij halverwege na een nauwelijks zichtbaar maar gedecideerd hoofdknikje van de concertgever op zijn schreden terug. Waarschijnlijk besloot de organist tijdens zijn spel hier en daar de vooraf bedachte registratie enigszins aan te passen. Dan verraste hij de registrant door nog gauw een extra fluit of prestant bij te trekken. Het mocht de pret in het geheel niet drukken. Onvervaard speelde hij verder, zijn gehoor steeds meer geboeid in zijn greep krijgend. Hier was een rasmuzikant aan het werk die met uiteenlopende klankkleuren de composities en het orgel volledig tot hun recht liet komen. Het leek wel of het orgel door de organist op sleeptouw werd genomen en zich van zijn beste kant wilde laten horen. Op het programma stonden ook enkele 'bestsellers’ zoals een orgelbewerking van de Sinfonia uit de cantate BWV 156 (Ich steh mit einem Fuss im Grabe). Na de Litanies van Alain volgden enkele minder bekende werken, waarna de enthousiaste toehoorders langdurig applaudiseerden. Als toegift volgde nog de imposante Toccata uit de Vijfde Symfonie van Widor. Zomaar een concert in de periferie van het Nederlandse orgelgebeuren. Wat een verrassing!! Wat een zomerse surprise!! Organiserende orgelcommissie: 'Bedankt' Concertgever en 'arme’ registrant eveneens: 'Hartelijk bedankt' Een dergelijk concert inspireert ons – mij in elk geval – om door te gaan met pogingen het Friese religieuze erfgoed te behouden. JSJ |
|
|