|
|
In 2005 orgelmakerij Bakker & Timmenga 125 jaar |
|
|
| Wie de geschiedenis van Leeuwarden als orgelstad een beetje kent, die weet dat de Friese hoofdstad in de negentiende eeuw vier orgelmakerijen huisvestte. Het langst waren de vier generaties van de orgelbouwers Van Dam in Leeuwarden gevestigd, namelijk van 1779 – 1927. Van de negentiende-eeuwse Leeuwarder orgelmakerijen wist alleen de firma Bakker & Timmenga (B & T) de twintigste eeuw te overleven. Dit jaar bestaat deze orgelmakerij 125 jaar. In dit artikel besteden we aandacht aan het oeuvre van de jubilaris. De nadruk ligt daarbij op het aantal orgels dat B & T gebouwd en verbouwd hebben, op de grootte van de desbetreffende orgels en op de denominatie van de kerken waaraan die orgels geleverd werden. Voor een overzicht van de frontschema’s en de specifieke kenmerken van de Bakker & Timmenga-orgels zij verwezen naar het boek 'Vijf eeuwen Friese orgelbouw; een schoone voorraad waarlyk' van Jan Jongepier. | |||
| In december van dit jaar is het precies 125 jaar geleden, dat Fokke Bakker (1842 – 1904) en Arjen Timmenga (1854 – 1920) een nieuwe orgelmakerij in Leeuwarden stichtten. Het was op dat moment, 18 december 1880, de vierde orgelmakerij in deze stad. Immers de bedrijven van L. van Dam en Zonen, Adema en Hardorff waren nog volop werkzaam. In 1843 was met de dood van Willem van Gruisen een einde gekomen aan een rooms-katholieke orgelmakerij in Leeuwarden. Met de oprichting van de orgelmakerij Gebroeders Adema in 1855 bezat Leeuwarden opnieuw rooms-katholieke orgelbouwers. Fokke Bakker had het vak geleerd bij de orgelmaker Willem Hardorff en begon rond 1877 voor zichzelf. Hij was doopsgezind en één van de organisten van de Leeuwarder vermaning. Hij deed ook het onderhoud van zijn 'eigen' orgel. Blijkbaar tot tevredenheid van de kerkbestuurders, want hij ontving van hen een loffelijk getuigschrift plus een aanbeveling. | |||
|
|||
| De vennoten Bakker en Timmenga | |||
|
Fokke Bakker werd 12 juli 1842
geboren te Leeuwarden. Zijn ouders waren Pieter Bakker en Elisabeth Riethorst.
Hij huwt op 11 juli 1868 met Catharina Elisabeth Ferwerda en sterft
op 31 juli 1904 te Leeuwarden. Voor zover bekend bleef het echtpaar kinderloos.
Van het Raadhuisstraatje
nummer 10 (thans Auckemastraatje) verhuisde het echtpaar Bakker in 1882 naar het
adres Bagijnestraat 45b. Nadat Fokke Bakker zich uit de zaak had teruggetrokken,
verhuisde het naar de deftige Spanjaardslaan (nummer 19). Na de dood van Fokke
Bakker bleef zijn weduwe daar wonen.
Arjen Timminga werd op 4 februari 1854 in Easterein (Oosterend) geboren uit het huwelijk van Jelle Arjens Timminga en Geertje Jacobus Engelsma. Hij huwt op 30 juli 1885 met de 22-jarige Antje Posthumus en overlijdt op 16 november 1920 te Leeuwarden. Hun zoon Bernard Timminga trouwt op 24 juli 1917 in de gemeente Leeuwarderadeel met Pietje de Jong die toen 24 jaar was. Opvallend is dat zowel in de gemeente Hennaarderadeel als in de gemeente Leeuwarderadeel de familienaam als Timminga wordt geschreven. Arjen Timmenga woonde te Leeuwarden achtereenvolgens Bagijnestraat 45 (in 1882), Schoolstraat 3 (in 1887), Harlingersingel 3 (in 1892), Turfmarkt 12 beneden (in 1893), Bagijnestraat 42 (in 1900), Bagijnestraat 45 (in 1902), Kleine Kerkstraat 25 (in 1913) en sinds 1917 Harlingerstraat 12, waar hij woonde met zijn schoonzuster Bokje Gietema. Bernard Timmenga woonde vanaf zijn huwelijk aan de Kleine Kerkstraat 25. Op 12 juli 1941 verhuisde hij naar het adres Noordersingel 50. De familie Timmenga behoorde tot de Nederlandse hervormde kerk. In de periode 1901 – 1919 als Arjen de zaak alleen leidt, worden er behalve een vijftal gebruikte zo'n 50 nieuwe éénklaviers instrumenten geleverd en zeven tweeklaviers. Delfshaven (gereformeerde kerk, 1904) en Rotterdam Kralingen (gereformeerde kerk, 1909) waren hiervan de grootste met elk 21 stemmen op 2 klavieren en een vrij pedaal. In Friesland werden in de gereformeerde kerk van Oppenhuizen (1909), in de hervormde kerk van Jutrijp (1911; nu in de gereformeerde kerk van Sexbierum) en in de hervormde kerk van Spannum (1911) orgels gebouwd van 18 registers verdeeld over twee klavieren en een vrij pedaal. De orgels van Zwartewaal (hervormde kerk, 1901) en Hattem (gereformeerde kerk, 1909) telden 14 registers. De meeste nieuwe instrumenten vonden hun bestemming in gereformeerde kerkgebouwen. Niet verwonderlijk, want na de Doleantie in 1886 en de oprichting in 1892 van de Gereformeerde Kerken in Nederland werden overal door de 'kleine luyden' nieuwe kerkgebouwen gesticht. Ook het feit dat de firma Bakker & Timmenga een soepele (af)betalingsregeling hanteerde, zal daaraan niet vreemd geweest zijn. |
|||
Onder leiding van Wopke Yedema en Harm Pieter Dam zijn er nieuwe instrumenten vervaardigd voor onder andere de hervormde kerk van Opende in Groningen (1966), de Leeuwarder Opstandingskerk (1966), de Sneker Ichtuskerk (1968), de Haagse Marcuskerk (1968), de hervormde kweekschool Mariënburg in Leeuwarden (1968), de gereformeerde kerk van Leek (1969), de Leeuwarder Kurioskerk (1973), de hervormde kerk in Harich (1982) en de hervormde kerk in Surhuisterveen (1982). De firma is vooral bekend door het vele restauratiewerk dat zij met name in Noord Nederland heeft verricht. De restauraties van de Van Dam-orgels te Witmarsum (in 1964), Langweer (in 1966) en te Aldeboarn (Oldeboorn in 1968) brachten de jonge orgelmakers bekendheid. Als hoogtepunten kunnen worden beschouwd de restauraties van de instrumenten van de Bovenkerk te Kampen (1975), de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden (1978) en de Martinikerken te Sneek (1988) en Franeker (1996). In 1985 werd het compagnonschap ontbonden en ging de orgelmakerij verder onder de leiding van Wopke Yedema. Vanaf 1993 is de leiding in handen van zijn zoon A.A. (Bert) Yedema. Het bedrijf heeft al geruime tijd een personeelsbezetting van zo’n vijf personen en werkt thans aan de restauratie van het orgel te Roden (A.A. Hinsz, 1780). |
|||
|
|
Ad FAHNER |
|