Orgeljubilarissen
Overgenomen uit de Nieuwe Dockumer Courant
"Ik ga door met spelen zolang ik kan"
![]() |
DAMWOUDE – Arnold Feddema (89) is
tachtig jaar organist bij de Gereformeerde kerk in Damwoude.
Zondagochtend (21 mei 2006, webm.) werd dit gevierd met een dankdienst,
verzorgd door dominee Bouman. Speciaal voor deze gelegenheid was de kerk
versierd en werd er gezongen door the Young Pelgrims. Na afloop kreeg
iedereen de gelegenheid Feddema te feliciteren. Rond twaalf uur ging hij
naar zijn huis in Nij Tjaerda in Damwoude, waar de organist het jubileum
samen met zijn kinderen vierde. Als vijfjarig jongetje kroop Feddema al achter het orgel. Op zijn zesde kreeg hij voor het eerst les. "Het zat er bij mij altijd al in", aldus de Damwoudster. Zijn vader was destijds organist van de kerk, maar werd bevestigd als ouderling. De toen 9-jarige Arnold Feddema nam vanaf die tijd zijn taak als organist over. "Eerst werden er alleen psalmen gespeeld", zo herinnert Feddema zich. De organist bespeelt sinds 1968 een Pels-orgel in de Gereformeerde Kerk. Hij oefent elke dag twee uren en leidt nog altijd nieuwe organisten op. Hoeveel organisten hij in totaal heeft lesgegeven weet hij niet. "Dan praat je over duizenden, waaronder Jan Kroeske en Henk Veenstra uit Dokkum." Feddema was ook jarenlang mededirecteur van muziekschool De Wâldsang. Zijn vrouw, die zes jaar geleden is overleden, was altijd zijn steun en toeverlaat. Feddema is nog niet van plan te stoppen als organist bij de kerk in Damwoude. "Ik ga door met spelen; zolang ik kan." |
| Arnold Feddema in de
Gereformeerde Kerk in Damwoude met op de achtergrond het orgel. Foto: FDS Fotopress |

Organist Karel Eringa viert 60-jarig jubileum
Burgwerd - In een feestelijke dienst heeft de Hervormde Gemeente van Burgwerd-Hartwerd- Hichtum samen met de SoW-gemeente Lollum-Waaxens gisteren in de kerk van Burgwerd stilgestaan bij het 60-jarig jubileum van Karel Eringa als organist. Hoewel het niet exact is te bepalen hoeveel diensten hij heeft begeleid, kwam ds. Liuwe Westra uit op een totaal van circa 7000. Een deel van de liederen in de jubileumdienst was de keus van Eringa zelf, zoals de gezangen 430 en 481. In de preek aan de hand van de schriftlezing uit 1 Petrus 2:1-10 trok ds. Westra een vergelijking tussen de Bijbel en orgelmuziek. Voor beide moet je tijd nemen en het op je laten inwerken. Het zit dan aan de binnenkant, in je hart. Maar op een bepaald ogenblik komt het naar buiten zoals bij het brengen van offers. Zo is het ook met de orgelmuziek waarbij het werk van Karel Eringa werd vergeleken met het priesterschap. Na de preek werd de organist naar beneden geroepen om te midden van de gemeente de rest van de dienst mee te maken. Hierin werd door een broer van Karel Eringa met diens beide zonen voor hem het lied "Het ruw houten kruis" gezongen, terwijl Ernst Walstra de bespeling van het orgel overnam. Na afloop van de dienst was er in het Doniahûs een receptie waar men de jubilaris en zijn echtgenote kon gelukwensen. Hier richtte ds. Liuwe Westra het woord tot Eringa en haalde hij zaken aan die bij bezoekjes aan Karel en Sjoukje Eringa opvielen of ter sprake kwamen. Ook de steun die Eringa altijd heeft gekregen van zijn echtgenote werd benadrukt. Dit werd onderstreept met het overhandigen van enkele boekenbonnen aan haar. Westra bood Karel Eringa een cd van de feestelijke dienst aan. Daarnaast ontving hij een cd met orgelmuziek van Klaas Jan Mulder.
Bron : Friesch Dagblad, 25 april 2005
Age Wijnia uit Hemelum vijftig jaar organist
Het orgel als tweede leven
Hemelum - Hij
ontmoette er zijn vrouw door, het is zijn grootste hobby en een onlosmakelijk
deel geworden van zijn leven: orgelspelen. Organist Age Wijnia (64) uit Hemelum
viert zondag in de Terptsjerke in Akkrum zijn gouden jubileum. Het verhaal over
hoe Wijnia vijftig jaar geleden organist werd, zou zo uit een jongensboek kunnen
komen. Age, dan veertien jaar, is op dat moment leerling-organist. Hij bespeelt
al vaker het orgel van de hervormde kerk aan de Herenwal in Heerenveen. Vader
Wijnia is de vaste bespeler van het instrument. Het is 24 april 1955. Ages vader
zal spelen in de avonddienst. "Hij zat echter ook in de beroepingscommissie en
was niet op tijd terug van 'it dûmnyharkjen'. Een paar minuten voor de dienst
kwam daarom niet mijn vader boven om het orgelspel over te nemen, maar een
kerkenraadslid. Met de mededeling dat mijn vader nog niet terug was van een
bezoek aan een mogelijke nieuwe dominee. 'Do silst it wol
dwaan moatte', zei hij.'' Zo gebeurde het. Sinds die keer is de
leerling-organist geen leerling meer, maar speelt hij iedere zondag. Een aantal
maanden later krijgt Wijnia een benoeming voor de morgen- en de avonddienst als
organist. Zijn leermeesters zijn R. Tuele, destijds dirigent van het Oratorium
in Heerenveen en daarna Han Bokelman. Muzikaal is Wijnia altijd geweest. Het
spelen zat hem in het
bloed.
En bij meerdere in de familie, zo blijkt. Ook zijn broers Lolle en Sjoerd zijn
organist. Wijnia is niet zozeer een "technisch organist'', zegt hij. "Ik verdiep
me niet in hele moeilijke stukken. Dat heeft mijn passie niet. Ik ben meer
iemand die er van houdt om de gemeentezang te begeleiden. Daar geniet ik echt
van.'' Er zijn jaren geweest dat hij drie keer per zondag achter het orgel
plaatsnam. Soms gebeurde dat met kunst- en vliegwerk. "Dan stapte ik op
zondagmorgen in alle vroegte op de fiets en vertrok naar de dominee van
Oudehaske. Daar vroeg ik het orgelbriefje om vervolgens naar de kerk te gaan.
Daar schreef ik zelf op het bord de te zingen liederen. Daarna speelde ik dan in
de dienst, die al om half negen begon.'' Na die kerkdienst fietste hij snel vier
kilometer terug naar Heerenveen, waar Wijnia snel aanschoof bij zijn vader, die
alvast begonnen was met spelen. De avonddienst nam hij dan ook 'nog even' voor
zijn rekening. Tegenwoordig speelt Wijnia een keer per maand in de Terptsjerke
van Akkrum en "ad-hoc'' in verschillende kerken die hem bellen voor de
begeleiding in de kerkdiensten. Tevens is hij een veel gevraagd organist binnen
de familie. Bijvoorbeeld bij trouwdiensten en begrafenissen. Wijnia maakte bij
spelen ook aparte dingen mee. "Ooit speelde ik in een dienst waar de dominee het
te zingen lied opgaf. Ik begon met het voorspel en daarna het koraal. Ik
bemerkte ineens dat de gezongen tekst niet overeen kwam met wat ik voor me had
liggen. Bleek dat ik een gezang speelde in plaats van de psalm met hetzelfde
nummer. Bij de laatste regel werd het nog even spannend, maar wonderwel
eindigden we als gemeente en orgel gelijktijdig het vers'', vertelt hij met een
glimlach. "Ik veegde het zweet van mijn voorhoofd na het naspel. Na de
kerkdienst kreeg ik zelfs nog van een kerkganger een compliment. Hij vond de
melodie op de bekende psalm zeer verfrissend. Ik kon het alleen maar beamen.''
De Heerenvener was ook trouw en wilde nooit verzaken. "Ik moest een keer in
Oudeschoot spelen. Het had de hele nacht gesneeuwd en toen ik vertrok sneeuwde
het nog. Er waren zelfs sneeuwduinen, dus eigenlijk was fietsen onmogelijk. Ik
liep meer. Na een uur bereikte ik de kerk. De enige die er aanwezig waren, waren
de dominee, de koster en twee kerkenraadsleden. De kerkdienst werd afgelast en
zo vertrok ik weer. Opnieuw door de sneeuw.'' Organist zijn is een beetje
Wijnia's roeping, zo blijkt. "Mijn hele leven is er mee verweven. Je weet niet
anders. Zelfs mijn vrouw ontmoette ik doordat ik organist ben.'' Wijnia had
vroeger een bakkerszaak in Heerenveen en vertrok daarna naar Noord-Holland. Daar
werkte hij bijna dertig jaar bij de Hoogovens in IJmuiden. "In Heerhugowaard,
waar we woonden, heb ik ook het orgel bespeeld.'' Nu is hij alweer vijf jaar
organist in Akkrum. "Als je begint, denk je nooit dat je vijftig jaar organist
zal zijn. Het overkomt je gewoon. Nog altijd heb ik er plezier in. Ik hoop ook
nog wel een poosje door te kunnen gaan.'' Het organist-zijn leidde ook tot een
nieuwe hobby. Wijnia neemt zelf cd's op met orgelmuziek. "Dat doe ik via het
geluid van een video-camera. Dat werkt perfect. Als ik ergens ben en mooie
orgelmuziek hoor, hou ik de camera erbij en ook zelf ingespeelde muziek neem ik
op. Thuis bewerk ik dat dan weer. De cd's geef ik uit in 'eigen beheer',
bijvoorbeeld voor familie en vrienden.'' In de dienst van zondagmorgen (9.30
uur) wordt Wijnia in zonnetje gezet. Tegelijkertijd viert hij die dag zijn 65ste
verjaardag. Dubbel feest dus. "Ik mag zondag liederen spelen die ik zelf heb
uitgezocht. Ik hou van variatie. Daarom zingen we uit het Liedboek voor de
Kerken, maar ook uit de Evangelische Liedbundel, de bundel van 1938 en een
meezinger als Glorie, Glorie, Halleluja.''.
Bron :
Friesch Dagblad 21 april 2005, Lodewijk Born
Met toestemming overgenomen uit het Friesch Dagblad van 22 januari 2005
Jubileumfeest
Griet Talsma-Calsbeek in Stiens
Vijftig jaar trouw
achter het orgel
JAAP VAN DER BOON
Snakkerburen - Reeds een halve eeuw bespeelt Griet Talsma-Calsbeek elke zondag
het orgel van de hervormde Sint Vituskerk in Stiens. Ze kan zich niet herinneren
ooit een keer verzuimd te hebben. Pas sinds een paar jaar
heeft ze eens per maand vrij. Dat kwam vorige zondag goed uit, toen ze ook niet
hoefde te spelen: voor het eerst was ze zo ziek dat ze de gemeentezang niet had
kunnen begeleiden. De trouwe organiste is opgeknapt en kan morgen (23 januari,
webm.) haar
jubileumfeestje meemaken.
De muziek is de
Snakkerburense met de paplepel ingegoten. Haar ouders zongen bij het
geheelonthouderskoor Foarút in Lekkum. De kinderen werden al jong bij de
koorzang betrokken. Reeds op zesjarige leeftijd ging Griet met haar zus naar een
kinderkoor in Leeuwarden. In de kamer stond bovendien een harmonium, waar moeder
Calsbeek soms op speelde. "Ik hie der al hiel gau niget oan'', vertelt de
jubilerende organiste. "Myn âlden hiene dat yn 'e gaten.'' En zo kreeg Griet
Calsbeek orgelles, en later ook pianoles. Uiteindelijk wist ze het toenmalige
diploma LO-A en LO-B voor piano in de wacht te slepen.
"Ik ha eins noch mear piano- as oargeloplieding'', aldus de organiste. Griet Calsbeek zit nog steeds regelmatig achter de piano, als begeleider van het Koninklijk Toonkunstkoor Concordia en het operakoor Amadeus in Leeuwarden en het Toonkunstkoor Dokkum en omstreken. De Snakkerburense kan niet zeggen wat ze liever doet: orgelspelen in de kerk of een koor begeleiden met pianospel. "Ik mei ek graach oargelspylje, foaral as de tsjerke fol sit. Mar dêr ûntbrekt it de lêste tiid wolris oan.'' Haar pianovaardigheid heeft invloed op het orgelspel, beseft de jubilerende organiste. Omdat de door haar begeleide koren in een behoorlijk tempo zingen, is haar begeleiding van de gemeentezang waarschijnlijk ook iets sneller dan gebruikelijk is. "Dat nimme je dochs mei.''
In verband met haar jubileum blikt Griet Calsbeek wel eens terug op de vroegere ritten van de noordkant van Leeuwarden naar Stiens. In de tijd dat ze nog aan de Lekkumerweg woonde, moest ze eerst naar de binnenstad fietsen, de Noorderbrug over, om Stiens te bereiken. Toen ze in 1956 trouwde met Fedde Talsma, kwam ze in Snakkerburen terecht, waar haar echtgenoot een schouw had. Door haar zondagsochtends over de Dokkumer Ee te zetten, maakte Talsma het zijn vrouw een stuk gemakkelijker: met de fiets kon ze via de Vierhuisterweg haar weg naar Stiens vervolgen. Griet Calsbeek kan zich zelfs herinneren dat ze een keer op schaatsen naar Stiens ging. En ze weet nog van een zondagochtend dat de weg door zware sneeuwval zo onbegaanbaar was, dat ze door de landerijen liep om toch maar present te zijn. "Te let komme, dat wie der net by. Mei trou en plichtsbesef binne je grutbrocht.'' De laatste 25 jaar beschikt de organiste over een auto, maar als het mooi weer is, gebruikt ze nog steeds de fiets. De hervormde gemeente van Stiens hoefde 's zomers niet voor een vervanger te zorgen. De Talsma's gingen met de eigen schouw een weekje varen over de Friese meren, maar zorgden ervoor zondags weer thuis te zijn.
Nog steeds zit
Griet Talsma, die in 1994 koninklijk werd onderscheiden voor haar muzikale
activiteiten, met plezier achter het orgel, een Van Dam-instrument uit
1829-1830. "It is in prachtich oargel. It hie wol wat grutter wêze kinnen; it
hat gjin frij pedaal, in pedaal mei in frij register. It is in
twa-klaviersoargel mei oanhingjend pedaal. Mar ik spylje der alle sneinen mei in
protte nocht op. Sa lang as ik sûn bin, hoopje ik troch te gean. En as ik it sa
belústerje, dan wolle se my ek wol hâlde.'' Ze is erg blij dat de huidige
hervormde predikant van Stiens het orgelspel een bewuste plek geeft in de
liturgie. "Ik spylje de lêste tiid faak in koraal fan Bach. Dat is foar my hiel
moai.'' En uiteraard kan ze ook in het voor- en naspel haar eigen keuze maken.
Tijdens de dienst van 23 januari werd aandacht geschonken aan het jubileum van
Griet Talsma-Calsbeek. Jan Jongepier bespeelde het orgel; na afloop was er
gelegenheid de organiste te feliciteren.
Het volgende artikel
werd, met toestemming, overgenomen uit de
Leeuwarder Courant van 23 december
2004.
Organist Eelke Zijlstra speelt vanuit de tekst
Al vijftig jaar is Eelke
Zijlstra uit IJlst kerkorganist. Elk instrument heeft zijn eigen mogelijkheden,
is zijn ervaring. "Elts oargel is eins in persoanlikheid.'' Organist Eelke
Zijlstra speelt vanuit de tekst.
Door Sytse Singelsma
IJLST
Een organist heeft in een kerkdienst een dienende functie, vindt Eelke Zijlstra
uit IJlst, een van de drie vaste bespelers van de orgels in de Mauritiuskerk en
de Stadslaankerk in zijn woonplaats. Het woord staat centraal, maar een organist
kan dat muzikaal verklanken. "Ik spylje altyd fan út de tekst. Ast in liet
hast as 'Schrijdt de stoet der pelgrims voort', dan kinne jo dat yn de muzyk
útbyldzje. Jo kinne se rinne litte.'' Het zijn wijsheden die stoelen op een
ervaring van vijftig jaar als kerkorganist. Zijlstra vierde dat jubileum zondag
(26 december, webm.) met een speciale kerkdienst in de Mauritiuskerk.
Eelke Zijlstra kreeg zijn eerste orgel, een harmonium, toen hij zeven was. Een neef van 'heit' ging het huis uit om te gaan studeren en zijn orgel kon hij niet meenemen. Heit kon het kopen. "Ik wie der net efter wei te slaan. Heit en mem tochten dat it wol wer oergean soe, mar dat barde net'', herinnert Zijlstra zich. Die neef, maar dit terzijde, was Jelle Zijlstra, de latere minister-president. Later kreeg hij in Franeker les van de bekende Yme G. Visser. In zijn dagen was dat een grootheid in Friesland en daarbuiten. Hij verzorgde zelfs concerten op de radio.
De grootste invloed zou Eelke Zijlstra echter ondergaan van een andere orgelgrootheid: Piet van Egmond. "Dy begûn yn 1948 mei syn 'Populaire Orgelbespelingen' foar de NCRV. Hy spile populaire stikken as 'Dichter und Bauer' en 'De Moldau' en hy registrearre dy sa dat it klonk as stie der in hiel orkest. Dat sloech by my yn as de wjerljocht. Hy waard myn idoal. Doe't ik alve wie haw ik him in briefke skreaun en dat is it begjin wurden fan in hiele briefwiksel. Ik haw him letter persoanlik ek wol moete.'' Vanaf het begin in 1986 is Zijlstra betrokken bij de Stichting Piet van Egmond Documentatiecentrum, als voorzitter en de laatste jaren tevens als penningmeester. Dat verzamelt en beheert documentatie en opnames van de in 1982 overleden organist en geeft cd's van zijn werk uit. Ook is er inmiddels een biografie verschenen.
Piet van Egmond sloot ieder radioconcert af met een improvisatie. "En wat er dan net allegear út it oargel tovere! Dan stie ik op de kop. Dêr bin ik doe sels ek mei begûn en dat doch ik noch'', schetst Eelke Zijlstra. Die scheppende kant van het muziekmaken heeft er bij hem van begin af aan in gezeten. Hij laat een boek zien met composities die hij als elfjarige maakte. Ze dragen fraaie titels als 'Achlumer Walzer' (naar zijn geboorteplaats) en 'Hitzumer Walzer'. "Ik wist hielendal net dat dat mear walsen wienen. Muzikaal stelt it net folle foar, mar it jout wol oan dat ik der al hiel betiid mei oan de gong wie.''
|
|
In de kerken in IJlst waar hij speelt heeft Eelke Zijlstra de beschikking over twee totaal verschillende orgels. In de Mauritiuskerk staat een Bader-Van Dam orgel. Het stamt oorspronkelijk uit 1645. Toen de kerk in 1830 nieuwbouw pleegde, verhuisde het orgel mee. Voor het nieuwe gebouw werd het uitgebreid door de bekende orgelbouwer Van Dam. Het is in hoofdzaak echter een Baderorgel gebleven. Het heeft niet de romantische klank die de echte Van Damorgels zo kenmerkt. "It klinkt wat saakliker, mar wol hiel sjarmant'', vindt Zijlstra. |
| Eelke
Zijlstra in de Mauritiuskerk in IJlst waar hij zijn vijftigjarig jubileum
als organist vierde. Foto: Leeuwarder Courant/Catrinus van der Veen |
Ook het orgel in de Stadslaankerk is niet voor de kerk gebouwd. Het stond oorspronkelijk in de kerk van Jutrijp, maar verhuisde in 1910 naar IJlst toen daar een nieuwe gereformeerde kerk werd gebouwd. Het is een Van Gruisenorgel en heeft een meer romantische klank. "De oargels fulle elkoar prachtich oan. Elts oargel is eins in persoanlikheid. Watst op it iene net dwaan kinst, kinst op it oare wol. Dat is in rykdom foar in oargelist'', vindt Zijlstra. En alsof die rijkdom nog niet genoeg is, speelt hij ook wel eens als invaller op het orgel van de doopsgezinde kerk. Het is gebouwd door Bakker en Timmenga en volgens Zijlstra 'in juwieltsje'.
Vijftig jaar zijn er verstreken sinds Eelke Zijlstra als jongen van veertien voor het eerst achter het orgel van Achlum kroop. Het orgel van neef Jelle heeft hij allang niet meer. Met zijn trouwen heeft hij het ingeruild voor een elektronisch orgel. Ongeveer vijfentwintig jaar was hij vervolgens schoolhoofd en organist in Kûbaard en nu speelt hij al weer zeven jaar in IJlst.
Hij heeft er wel een idee over hoe hij het zo lang heeft kunnen volhouden. "Ik ha wol neitocht oer myn spyljen. As ik altyd mar de voorspelen út it boek spylje moatten hie, dan hie ik al lang útblust west. Jo moatte jo kreativiteit der yn lizze. By it liet 'De dorre vlakten der woestijnen' haw ik ris in voorspel makke dêr't ik wat eastersk en eksoatysk yn lein hie. De minsken seinen dat se de kamelen rinnen sjoen hienen.''